contact       sitemap       CSV-portaal
De Wet seksuele intimidatie in het onderwijs, ook wel de Meld- en aangifteplicht genoemd, verplicht tot het zorgvuldig omgaan met strafbare feiten gepleegd binnen de schoolsituatie.

De meld- en aangifteplicht is van toepassing op situaties waarin sprake is van een mogelijk zedendelict  tussen een medewerker van de onderwijsinstelling en een minderjarige leerling (jonger dan 18 jaar). De handelingen moeten hebben plaatsgevonden tussen een medewerker van de onderwijsinstelling en een minderjarige leerling, binnen of in samenhang met de schoolsituatie.

Onder een medewerker van de instelling vallen niet alleen personeelsleden, maar ook personen die buiten dienstverband werkzaamheden verrichten voor de school, zoals stagiaires, schoonmaakpersoneel en vrijwilligers.

In samenhang met de schoolsituatie verwijst naar bijvoorbeeld buitenschoolse activiteiten, ontmoetingen in de privé-situatie, enzovoorts.

Meldplicht
Een personeelslid is meldplichtig bij een vermoeden van een zedenmisdrijf (ontucht, aanranding of verkrachting). Een externe vertrouwenspersoon is niet in dienst van de school en heeft daarom geen meldplicht.

Aangifteplicht
Het bevoegd gezag is verplicht aangifte te doen bij politie/justitie na een melding van een vermoeden van een zedenmisdrijf. Het bevoegd gezag treedt eerst in overleg met de vertrouwensinspecteur. Als deze concludeert dat er sprake is van een 'redelijk vermoeden' dan wordt aangifte gedaan.

Wettekst
Wet bestrijding van seksueel geweld en seksuele intimidatie in het onderwijs/Meld- en aangifteplicht (1999). Lees Artikel 4: Verplichting tot overleg en aangifte inzake zedenmisdrijven.