Cyberstalken
Door de komst van internet heeft stalking een nieuwe vorm aan kunnen nemen: cyberstalken. Cyberstalking is het herhaaldelijk lastigvallen of bedreigen van een individu via internet of andere elektronische communicatiemiddelen zoals via chatboxen, e-mail, sociale netwerken en forums. Cyberstalkers kunnen via internet makkelijk aan privé informatie komen zoals telefoonnummers, privé- en werkadres, namen en scholen van de kinderen. Door de anonimiteit van het internet blijven (cyber)stalkers vaak onbekend voor het slachtoffer. Cyberstalking is strafbaar gesteld volgens artikel 285b Wetboek van Strafrecht.
Gevolgen
De meerderheid van de stalkers zijn mannen en de meerderheid van hun slachtoffers zijn vrouwen. Vaak zijn het vroegere bekenden/geliefden van elkaar. De gevolgen van stalking zijn voor slachtoffers zeer ingrijpend. Zij worden gedwongen om hun hun sociale leven in te perken en/of te veranderen uit angst gevonden te worden en/of fysiek geweld aangedaan te worden.
Strafbaar
Vertrouwenspersonen op school die te maken krijgen met klachten van leerlingen of personeel over cyberstalking kunnen wijzen op de mogelijkheid om aangifte te doen bij de politie. Omdat de dader voor het slachtoffer vaak onbekend blijft is het bij een strafrechtelijke vervolging van cyberstalkers vaak lastig om een ‘geloofwaardige dreiging’ aannemelijk te maken voor de rechter. Het bewaren van bewijs (mails, online berichten, sms'jes etc.) is daarom van groot belang zodat onderzoek kan worden verricht naar de herkomst van de dreigementen.
Meer informatie
Heeft u nog vragen of wilt u advies over dit onderwerp? Neem dan contact op met de PPSI-helpdesk: tel: 030-2856762 (schooldagen van 9-13 uur) of via ppsi@aps.nl
Wettekst Stalking
Artikel 285b Wetboek van Strafrecht (Sr)
1. Hij, die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op een anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen wordt, als schuldig aan belaging, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.