Oordeel rechtbank
Volgens de rechtbank heeft de lerares zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met een aan haar zorg en opleiding toevertrouwde leerling van een school waar zij werkzaam was als lerares. Op het moment dat zij voor de eerste keer ontucht pleegde met deze leerling was deze jongen nog geen 14 jaar oud. Het slachtoffer verkeerde in een - vanwege zijn leeftijd en zijn relatie tot verdachte - kwetsbare positie.
Verliefd
De lerares, was mentor van deze leerling en had zich van haar bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van de jongen bewust moeten zijn en op een andere manier moeten omgaan met de bij de jongen ontstane verliefdheid. In plaats daarvan heeft ze zich laten leiden door haar eigen hunkering naar liefdevolle aandacht. Zowel de jongen als zijn ouders verklaren dat de lerares in de loop der jaren veel voor hem betekend heeft en dat hij dankzij de goede invloed van de lerares helemaal is opgebloeid en veel zelfstandiger en zelfverzekerder in het leven staat dan dat zij ooit hadden durven hopen. Reden waarom zij geen aangifte wensen te doen.
De rechtbank is van mening dat de lerares de verliefde gevoelens van de jongen voor haar zoveel mogelijk had moeten ontmoedigen en bijsturen en zich in elk geval had moeten onthouden van het bewezen verklaarde seksuele contact. Een contact, hoezeer gewenst ook, dat mede gelet op de leeftijd van de jongen absoluut niet thuishoort in een leerling/leraar verhouding.
Beroepsverbod
De rechtbank ontzet de verdachte van haar recht tot het uitoefenen van het beroep lerares/docente gedurende 2 jaren.
Bron: Rechtbank in Roermond 1 juli 2008, LJN: BD5827