contact       sitemap       CSV-portaal
Naar aanleiding van de discussie zowel in de politiek als in de maatschappij over de ongezonde seksuele moraal van  jongeren en de invloed die de media op hun gedrag zou hebben, zijn drie onderzoeken uitgevoerd naar jongeren en seksualisering in de media. De onderzoeken zijn uitgevoerd door de Rutgers Nisso Groep, MOVISIE, het Nederlands Jeugdinstituut en E-Quality in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

‘Jongens zijn stoer, meisjes een hoer’
‘Jongens willen altijd seks’ geven zowel de ondervraagde jongens als meisjes aan. Van meisjes wordt verwacht dat ze grenzen aangeven om de jongens in te tomen. Dat heeft als gevolg dat meisjes ook verantwoordelijk zijn voor eventuele grensoverschrijding (zoals aanranding, verkrachting), vinden veel jongeren. Ondanks emancipatie beoordelen jongeren seksueel gedrag van jongens anders dan dat van meisjes: een (hetero)seksueel actieve jongen is stoer, een meisje met het zelfde gedrag is een hoer.

Interpretatie van media is belangrijk
Volgens de enquêtes hangen seksueel gedrag en seksuele opvattingen sterk samen met de mate waarin jongeren de mediabeelden realistisch vinden of relevant. Uit de gesprekken blijkt dat jongeren de seksualisering in eerste instantie voor lief nemen, maar een kritische houding aannemen zodra ze erover met elkaar in discussie gaan. Grenzen stellen aan mediagebruik en/of kritiek geven op mediabeelden lijken nauwelijks een gunstig effect te hebben voor de seksuele ontwikkeling of het zelfbeeld van jongeren.

Schoonheidsideaals
Vooral autochtone meisjes maken zich zorgen om hun uiterlijk, zo blijkt uit het onderzoek. Zij zijn minder tevreden over het eigen uiterlijk en hebben een lager gevoel van eigenwaarde. Vooral deze meisjes gaan ervan uit dat jongens uiterlijk belangrijk vinden. Zij proberen het (gephotoshopte) schoonheidsideaal uit de media te bereiken.

Risicogroepen
Sommige groepen zijn gevoeliger voor seksualisering. Marokkaanse en Turkse meisjes die meededen aan het onderzoek ervaren in hun opvoeding veel ongelijkheid tussen jongens en meisjes en hebben vaker seksestereotiepe opvattingen dan jongens en meisjes uit andere groepen.

Daarnaast ervaren jongens van Turkse en Marokkaanse afkomst relatief veel druk in de vriendengroep om er goed uit te zien en seks te hebben. Jongens uit deze groepen vergelijken zichzelf vaker met mediabeelden dan jongens met een andere etnische achtergrond. 

Aan de hand van de resultaten uit het onderzoek formuleren de onderzoekers enkele aanbevelingen:

  • Jongeren stimuleren in gesprek te gaan en hun mening te vormen over seksestereotiepe en seksualiserende beelden in de media.
  • Meer aandacht voor jongens in de seksuele en relationele vorming.
  • Onderzoek naar effectieve vormen van seksuele vorming en mediaopvoeding.
  • Meer variatie in mediabeelden op het gebied van seksualiteit en sekserollen.

Bron:  RutgersNissogroep

Meer informatie 
U kunt hieronder drie onderzoeksrapporten downloaden.