Oordeel van de Commissie
De Commissie is van oordeel dat de telkens terugkerende verstoring van de verhouding en het gevoel dat klaagster bij deze verhouding kreeg, in overwegende mate aan verweerder is aan te rekenen. Verweerder was bekend met de kwetsbaarheid van klaagster en had gezien de signalen van klaagster moeten beseffen dat de ontstane vertrouwensrelatie te ver doorgeschoten was. De gedragingen van verweerder, dienen ook te worden gezien in de hiërarchische relatie tussen beide partijen. De leidinggevende als ervaren docent en als oudere in leeftijd ten opzichte van klaagster, die stukken jonger is en in het vak nog geen ervaring had opgedaan.
Klaagster heeft wellicht haar grenzen niet of niet voldoende duidelijk aangegeven. Maar dat maakt niet dat de gedragingen van verweerder hem niet minder worden toegerekend.
Klacht gegrond
De Commissie komt tot de conclusie dat de klacht gegrond is. Verweerder heeft zich grensoverschrijdend gedragen en zijn professionele grenzen niet onderkend en bewaakt.
Seksuele intimidatie
De Commissie is op grond van stellingen van klaagster en waar deze door verweerder worden betwist of anders uitgelegd, niet in staat te beoordelen of inderdaad sprake is geweest van seksuele intimidatie, ongewenste intimiteiten en/of machtsmisbruik.
Partijen hebben vaak tegengestelde verklaringen overgelegd en hebben hun visie niet onderbouwd met voldoende ondersteunende getuigenverklaringen. De verklaring van de vertrouwenspersoon en die van de echtgenote van verweerder zijn hiertoe niet toereikend. De vertrouwenspersoon zag dat waar klaagster was, verweerder niet ver uit de buurt was. De echtgenote van de verweerder verklaarde dat zij een briefje van klaagster onder de ruitenwisser had gevonden. Het is niet vast komen te staan dat het schopje onder de kont en het prikken in de zij van de klaagster ook is geschied vanuit een seksuele toenadering door verweerder.
Aanbevelingen van de Commissie
Op grond van het oordeel van de Commissie zal de Commissie het bevoegd gezag geen aanbeveling doen over de vraag of een disciplinaire maatregel jegens verweerder genomen dient te worden. De Commissie moet wel vaststellen dat de verhouding tussen klaagster en verweerder inmiddels zo is verslechterd, dat het geen optie meer lijkt om samen werkzaam te zijn op één locatie. De Commissie beveelt het bevoegd gezag aan te bezien of overplaatsing van één der partijen naar een van de andere locaties wenselijk en mogelijk is.
Bron: www.onderwijsgeschillen.nl